De derde pup in huis
- Wendy Meerbeek
- 6 jan
- 1 minuten om te lezen
Al acht jaar hoor ik hetzelfde verzoek: ’Mam, mogen we een hond. Pleasseee?’ Twee paar ogen keken me smekend aan. Maar toen mijn dochters zelf nog kleine ‘pupjes’ waren, was er geen haar op mijn hoofd die dacht aan nóg een wezen dat ’s nachts wakker lag en elk uur naar buiten moest.
Tot zo’n twee jaar geleden. Ik ging er steeds vaker over nadenken. Zo’n zacht bolletje wol dat onvoorwaardelijke liefde brengt. Wat kon daar mis mee zijn? En zo kwam Moos, een labradoodle, in ons leven.
Even leek het of er weer een baby in huis was: gebroken nachten, afmeten van voedingen, eindeloos buiten rondjes lopen. Ik dacht terug aan de tijd van 16 flesjes per dag... Maar gelukkig ging dit sneller. Na twee weken sliep deze door, zitten we nu op drie voedingen per dag en we kunnen inmiddels vier uur zonder plaspauze. Makkie toch?
Mensen zeggen weleens: ‘Een pup, dat is pittig hoor.’ Dan lach ik. Wie een tweeling heeft grootgebracht, kan dit met twee vingers in de neus.
En ja, ik mopper als het regent en ik nog naar buiten moet. Maar als ik zie hoeveel liefde Moos brengt; hoe de meiden hem ’s ochtends knuffelen, fluisteren wat ze op school spannend vinden en hem gebruiken als warme, harige troostkussen... Dan weet ik het zeker: Moos is meer dan een hond. Hij is rust, vriendschap en dat zachte stukje houvast dat ieder kind verdient.
Liefs, Wendy

Meer Tweelingmama Inspiratie ontvangen? Meld je gratis aan voor Tweelingmama Magazine












Opmerkingen