Moederdag(knutsel)trauma's

Misschien is het die gekleide asbak uit 1985, (die meer op een vaas zónder opening leek). Het kan ook dat gehaakte wc-koord uit 1987 geweest zijn (6 weken knutselen, 5 cm lang). Of die handafdrukken met satéprikkers in een geverfde pot uit 1984 (lees: bruine brij op een pot gekwakt met doorweekt papier). Over het vilten beursje uit 1986 wil ik het helemaal niet hebben, dat ligt na 36 jaren nog steeds gevoelig. Het hart van strijkkralen uit 1989 dat nog ingepakt moest worden heeft de vaste verstopplek onder het bed zelfs slechts een dagje gered (of ik die kralenrotzooi onder het bed eindelijk eens kon opruimen; weg laatste restje zelfvertrouwen…).

Ja, ik was vroeger onbewust en onbedoeld al meer van de abstracte dan concrete kunst. Daar ligt waarschijnlijk ook de basis van mijn Moeder(-en Vader)dagknutseltrauma’s. Tussen pakweg mijn twaalfde en vierendertigste kwam ik weg met een lekker geurtje, een ontbijtje op bed of een leuk boekje maar daarna kwamen de pijnlijke herinneringen van vroeger weer volop terug. Eerst met de komst van Jippe (7), maar dubbelop na de geboorte van de tweeling Jelte en Jurre (5).


Oké, ik beken: ik ben die tweelingvader die liever met de jongens naar een bos loopt, naar een speeltuin gaat, een balletje trapt, naar een bibliotheek gaat, naar de huisarts, kapper gaat, een tandartsbezoek aflegt, beddengoed verschoont na diarree-aanvallen of vul iets anders in naar keuze, dan vrijwillig met de jongens knutselt.


En zoals het lot wil is de tweeling, zo lijkt het althans, ‘gezegend’ met mijn (gebrek aan) knutseltalent en het (volop aanwezige) plezier in knutselen hebben ze van mijn vrouw. Op de dag dat mijn vrouw thuis is, komen er dus geregeld vrolijke knutselfoto’s langs met klei, crêpepapier, lijm, glitters en verf. Leuk dat de kinderen toch lekker af en toe creatief bezig mogen zijn en lekker experimenteren met allerlei materialen. Prima geregeld dus en iedereen zijn eigen talent, tot de ‘moeder-alle-trauma’s’ in beeld komt: Moederdag(knutsels).





Bij de eerste korte broeken, bloeiende planten en fluitende vogels krijg ik al klamme handjes. Als de zomertijd begint breekt het zweet me uit en als het mei wordt dan hyperventileer ik al in plastic zakjes. Vaak waarschuwt de tweeling me al met flarden van een versje dat ze op school leren, terwijl ik het probeer te verdringen. Als ik vanuit de speelkamer hoor ‘mijn mama houdt van mij, ze maakt me heel erg blij...’ weet ik dat de beruchte knutselkast in de garage toch echt open zal moeten. Is het dan echt zo erg?


Later die avond lig ik met tandenstokers restjes glitter tussen parketplanken uit te krabben. Ik draai een extra wasje met kleding die onder verfschorten toch voor een deel geverfd blijkt. Ik schrob met vlekkenverwijderaar eetkamerstoelen (en de muur, drie klinken, de wc en wasbak). Het is een soort speurtocht langs alle plekken vanaf de knutseltafel naar de wc en terug omdat ik even lijm uit het haar van de ander aan het krabben was.


Jippe huilt dat een hartje de foute vorm heeft, Jelte snikt nog na over het feit dat hij in zijn vinger heeft geknipt en er bloed op zijn werkje zit en Jurre heeft eerder in een onbewaakt moment zijn kwast in mijn koffie geroerd, waar ik natuurlijk pas al drinkend achter kwam. Ik denk dat ik op Vaderdag dat versje met ‘mijn vader houdt van mij, ik maak hem heel erg blij’ wel kan vergeten...


En die Moederdagtrauma’s? Ik denk dat ik vanavond op de bank maar eens subtiel pols welk geurtje mijn vrouw lekker vindt, of ze nog leuke boekjes weet en hoe ze denkt over ontbijt op bed en heel erg duim voor de Moederdagknutsels van de juffen van onze drie mannen....


Fijne Moederdag alvast, tweelingmoeders!


Jeroen Meens Super trotse, chronisch vermoeide tweelingvader van Jelte en Jurre (5) & Jippe (7)


Meer columns lezen, persoonlijke verhalen, praktische tips en meer? Meld je gratis aan voor Tweelingmama Magazine.

Recent Posts