top of page

Olympische topprestaties, meedoen is belangrijker dan slapen?

Een prachttijd van 12:34:25! Nee, ik heb het niet over de winnende tijd op de 10 km schaatsen van Sven Kramer tijdens de Olympische Winterspelen over drie weekjes… Het is ons persoonlijk record zo weinig mogelijk te laat komen met peuter én babytweeling. Een gouden tijd, gezien onze gemiddelde vertraging van zo’n half uur.

Een half uur waar ik me voor mijn tijd als tweelingvader eigenlijk helemaal niets bij kon voorstellen. Meestal begint elk vertrek met een totaal ontspannen aankondiging van vertrek, gevolgd door: Peuter vangen (‘Ik wil mijn schoenen niet aan’, ‘Ik wil nog even spelen’, ‘Ik wil niet mee’. ‘Jawel ik wil wel mee maar de garage, treinen, de auto en treinbrug moeten ook mee’, ‘Nee, die andere schoenen, ik ga nog heel even spelen’. (Huilgeluiden met flinke uithalen). ‘Ik ben gevallen’, troosten, ‘Nee de andere auto moet mee’, met zaklampfunctie telefoon onder banken of kasten schijnen op zoek naar die auto, garage, slaapkamers, alle bankkussens doorzoeken, schoenen aantrekken, jas en sjaal omdoen (waar is die muts?), baby verschonen, nog eens naar de auto zoeken, eigen schoenen aantrekken, vloek onderdrukken vanwege duploverzameling in rechterschoen, hartverscheurend huilende peuter in auto plaatsen (‘Ik wil de auhautooooo’), gordel voor de zevende keer in twee dagen verzetten (hoe kan dat eigenlijk?), opnieuw huilende peuter omdat het betreffende verloren autootje toch in de auto lag en nu in zijn rug drukt, baby jasje aantrekken, vloeken, poging 2 om jasje aan te trekken, vrouw vragen om jasje aan te trekken, jasje, broek en romper losmaken vanwege poepgeur, jasje, broek, romper, weer aantrekken vals alarm, baby 1 in maxi cosi zetten, hui