Gastblog 'Tweeling zijn: us against the rest of the world'

October 8, 2015

 

Tweelingmoeder zijn is bijzonder en vooral erg leuk, maar hoe is het eigenlijk om zelf tweeling te zijn? Voor deze vraag kan ik aankloppen bij mijn eigen zus. Zij en mijn broer zijn namelijk tweeling. Dit keer een gastblog van Daphne.

 

Al 27 jaar ben ik een tweeling, of eigenlijk 28 jaar, vanaf het allereerste moment waren mijn broer en ik natuurlijk samen! Geen jij of ik, maar jullie en wij, dat is anders, dat is bijzonder, dat is een tweeling!

 

Goed, van die eerste momenten kan ik mij natuurlijk niets herinneren, maar ik zal jullie proberen mee te nemen naar die momenten die mij nog vers in het geheugen staan.

 

Het stapelbed. DE plek waar mijn tweelingbroertje en ik samen een echt team vormden. Ons stapelbed was namelijk jarenlang onze ‘camper’. Wij laadden dat hele onderste bed vol met speelgoed (tot ergernis van onze moeder), uiteraard een eerlijke scheiding tussen het meiden- en jongensspeelgoed, en vanaf het bovenste bed bestuurden wij die immens grote camper. Soms namen wij onze vriendjes en vriendinnetjes mee op avontuur, maar vaak speelden wij samen, het was uiteraard wel onze camper! Mijn tweelingbroertje was de bestuurder en ik de bijrijder, altijd. Ik noem hem mijn (hartstikke bezittelijk voornaamwoord) tweelingbroertje, ik ben immers wel twee minuten ouder hoor! Ik eiste dus ook dat ik als eerste mijn verjaardagscadeau open mocht maken.

 

Voor het slapengaan bespraken wij alles daar in dat stapelbed, zonder elkaar te zien oefenden we de cijfers en letters van het alfabet. De weken voor Sinterklaasavond bladerden wij samen het speelgoedboek door. Wat was ons droomcadeau? Zijn grootste dromen waren een tractor en later een Gameboy, mijn droom was Babyborn. Eigenlijk kan ik mij nog beter zijn dromen dan mijn eigen dromen herinneren, nog zoiets geks aan een tweeling zijn.

 

Naast een team in dat stapelbed vormden wij eigenlijk in alles een team. Us against the rest of the world. Niet altijd leuk voor de mensen om ons heen, maar wij wisten niet beter. Of beter gezegd, wij wéten gewoon niet beter. Uit de vele ‘tweelingverhalen’ begrijp ik dat wij onze ouders soms tot waanzin dreven: één stopt een boterham in de videorecorder, dat kan de ander dan natuurlijk ook.

 

Ook samen in de buggy vermaakten wij ons wel, wij hadden immers altijd elkaar om te entertainen. Terwijl de rest van de familie druk aan het midgetgolfen was, hadden wij een fantastisch creatief plan bedacht: de bladeren van een struik eten naast de midgetgolfbaan. Gevolg: papa stond met tweeling én buggy onder de douche nadat die bladeren ook weer een weg naar buiten hadden gevonden. Leuke uitje was dat en ja, werkelijk alles is mogelijk als je maar een partner in crime hebt.


Naast al die gekkigheid is tweeling zijn kort gezegd bijzonder. Wij hebben een speciale band. Ik wil niet zeggen dat ik voel wat mijn tweelingbroertje voelt en dat ik zijn gedachten kan lezen, maar toch zijn er momenten waarop anderen zeggen “Joh, bemoei je niet met hem, hij redt zich wel”. Ja, dat kan wel zo zijn, maar toch kan ik het niet helpen dat zijn emoties mij net zo diep raken. Maar goed dat hij een jongen is… één week per maand met die hormonen worstelen is wel genoeg. Wij gebruiken niet veel woorden wanneer wij met elkaar praten, wij snappen elkaar. Wij delen een soort gekke humor en verdedigen elkaar zelfs wanneer het onterecht is.

 

 

Tegenwoordig wonen wij ver van elkaar, zo’n 500 kilometer. Beiden wonen wij met onze partner samen, ik in Parijs en mijn broertje in Den Haag. De half afgemaakte appjes en gekke FaceTime-gesprekken zullen onze partners wel nooit begrijpen… Gelukkig laten zij ons dan ook maar Die gekke tweeling zijn.

 

 

 

Please reload

Please reload

Recent Posts
Please reload

Archive